Pagina's

zondag 3 april 2016

Wij dopen dit mensenkind

Er was eens... een heel fijn plekje op aarde. Precies ingeklemd tussen bos en hei lag een oud boerderijtje. Het scheve bouwwerk trok vele mensen en dieren naar zich toe. De mensen kwamen er om avonturen te beleven, zichzelf te vinden en juist ook anderen. Vriendschappen voor het leven werden er gesloten terwijl tot diep in de nacht gezongen werd. Het graafschap, waar de boerderij langzaam in veranderde, was  het thuis van kippen, konijnen, cavia's, katten, honden een heel veel pony's. En zoals dat gaat in sprookjes en met bijzondere plekken, er gebeurde altijd wel wat. Omdat al die avonturen bejubeld werden, alle dieren en inwoners gekoesterd, moest ook altijd alles worden bezegeld met een ritueel. Zo werden jonge veulens elke week gedoopt. Met een plens heilig water, kreeg elk dier zijn naam toegeroepen, uit tientallen kinderkelen tegelijk. 'In de naam van... en hij zal heten...' Het was meer een bezwering eigenlijk. Gevolgd door negerzoenen. En een aai over de zachte ponyneus. In de hoop dat iedereen die bij de doop was, écht lang en gelukkig zou leven. 


Op dit boerderijtje ben ik groot geworden. Ik woonde er nooit, maar ik groeide er op tot het mens dat ik nu ben. Ik leerde wie dat is, wat ik kan, van wie ik hou en hoe je dingen doet. De magie is er geen verzinsel maar echt. In het bos wonen trollen en heksen, tovenaars en prinsessen in huizen en paleizen die ik eigenhandig voor ze gebouwd heb. Hun schatten vond ik in alle uithoeken van de wereld. Wat ik met ze beleefde, wordt voor altijd bezongen. En sommigen, zullen voor altijd een stukje van mij zijn. (Ugh! zei de indianengeest, Fluxon! klapte Fluxon, Hallo! riep Tineke Meier.) In het leven zijn vele normen en waarden aan te hangen. Maar die van het graafschap staan voor mij boven alles. Je mag zijn wie je bent. Je durft meer dan je denkt. Samen lossen we alles op. Aan regels hoef je je niet altijd te houden. Met glitter en glans is alles mooier. In ieder kind zit een prinses, of rover, of heks, of koning, of zwarte man, of aardbei. Wat zeg ik, in ieder mens zit dat. Die normen en waarden wil ik meer dan al het andere in de wereld meegeven aan mijn kinderen. Daar is maar een manier voor: dopen. In de naam van...


Zo kreeg de grote freule als drie maanden oude baby een buis vol dromen van een goede fee en een plens water over zich heen tijdens een mooie ceremonie. Er was vuurwerk, Wilrik kwam met zijn kanon schieten en er waren soesjes. Een mensenkind dopen vroeg om iets meer verfijning dan een negerzoen. Op een besneeuwde eerste paasdag droegen een koning en koningin vlak na het paasontbijt een lieve kleine Ianthe naar de deel voor een tweede doop. Ook bij haar kwam een goede fee langs voor wat wensen en was er lekkers. Toen kwam er een zoon. Hij groeide op, moest al zijn aandacht delen met z'n zussen en niemand die hem officieel welkom had geheten op de wereld, of zoete dromen in z'n oor had gefluisterd. Dat kon zo niet langer. Ook Otto moest gedoopt worden. 


Nu snapt ieder mens, zo'n doop is indrukwekkend. De aanwezigen hebben hun rituele kleding aangetrokken, bedacht wat ze gaan zeggen, iets meegenomen om de doop te bezegelen. De gasten staan geduldig te wachten tot ze de spreuk mee mogen zeggen, de speelwei is gedoopt in wat lente zonlicht. Het gaat beginnen. 'Otto, we gaan je dopen. Kom ik til je op, want ik wil mooie dingen tegen je zeggen.' Otto: Bal! Bal! Bal! Trekker! Trekker! Trekker!' En hij rent weg....


Goed. Kind weer gevangen, het gaat beginnen. Alsof de weergoden voor wat extra dramatiek willen zorgen, worden we ineens overspoeld met grote windgolven. Tegen de loeiende vlagen in roepen we dingen als: deze steentjes die iedereen krijgt, zorgen ervoor dat je kunt groeien als mens. Wat? GROEISTENEN. KUN JE ETEN! En deze magische stenen, die de prinses vast heeft, zijn om zo dapper te worden dat je elk avontuur aankunt. WAT? D E E L M A A R U I T! Hoedjes waaien af, niemand verstaat wat. Alle dromen vervliegen in de wind, alle wensen hangen in de lucht. 'Bal!' 



Dan maar dopen. 'In de naam...' Nog voordat iedereen deze woorden heeft kunnen herhalen, begint de regen in ons gezicht te slaan. 'Van Hoeve ..." Handen voor de dichtgeknepen ogen. 'Dopen wij dit mensenkind...' Bibberende ridder, prinses en aardbei, schuilende gasten. 'En hij zal heten...Otto!' Naast de regen krijgt Otto een plensje water extra, heilig water uit een kannetje. Hij kijkt verbijsterd naar alle tumult en zegt de wijze woorden: 'Nat.' En dat was dat. Een minuut later was het droog en ging de zon weer schijnen.


Otto Pieter Koen. Het is een feest dat jij er bent. Dat zelfs de weergoden zich tegen jou aan bemoeien, opdat je waarschijnlijk een stormachtig en avontuurlijk leven zult krijgen, omringd door lachende mensen. 





Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen