Pagina's

woensdag 13 april 2016

De roversbende van de groene tak



Er is niet veel nodig om mij een gelukkig mens te maken. Geef mij een groepje kinderen, wat roversbrieven, ga wat schatzoeken en zwaardvechten en ik ben in de zevende hemel. Zodoende was zaterdag een heerlijke dag. We vierden de zesde verjaardag van de grote freule, met alle genoemde ingrediënten voor een portie geluk. En meer. Met de bende zongen we strijdliederen, een warm handje vond de mijne tijdens de spannende wandeling en de roverhoofdman die ik zag, veroverde mijn hart. Oke, dat had ie al. Maar hij deed het nog een keer. Wat is ie knap he?


Kijk, er zijn mensen die een kinderfeestje organiseren een crime vinden. En er zijn mensen die zich niets leukers op aarde kunnen voorstellen. Nou ja, ik ben zo'n laatste geval. Dat komt omdat ik jarenlang niets anders deed dan met kinderen op avontuur gaan. Nu ik met mijn eigen kinderen zit opgescheept, komt het daar natuurlijk nooit meer van, tenzij er eentje jarig is. Dan mag ik weer even. Een verhaaltje verzinnen, een geheime brief schrijven, mooie dingetjes zoeken. Ik kon mijn geluk niet op, want na lieve kabouters en glitterende prinsessen mocht ik ineens met rovers aan de gang. Hoe leuk dat de grote freule na twee jaar louter roze gejurkt en gerokt door het leven te zijn gegaan zichzelf ineens de nieuwe lievelingskleur blauw heeft toebedeeld. En broeken de nieuwe maillots zijn. Van tuttebel naar roversdochter, ik vind het heerlijk. Haar vriendinnetjes moeten nog een beetje wennen. Die raakten wat van slag van de dwingende dresscode op de uitnodiging: 'stoere kleren en laarzen aan'. De eis van de jarige. 
En alsof haar hele lijf vond dat ze niet alleen op slag heel groot en heel erg zes eruit moest gaan zien, veranderde haar haar ook plotseling in een woeste ontembare bos. Terwijl ze bazig en eigenwijs rond stampte, zich ergens druk over maakte en gelukzalig met een zwaard in de weer was, zag ik het ineens: Savine is eigenlijk Ronja. Een Ronja. Een echte. Met een rovershart. En haar dus. 

Ze was dan ook zeker net zo chagrijnig als ik toen we de dag voor het feestje besloten om het toch maar niet in de moestuin te doen, wegens te veel regen, te veel blubber en te veel ellende als we een stortbui zouden krijgen. We konden het allebei niet verkroppen. Een beetje regen houdt een rover niet tegen. Maar wel bibberige vriendinnetjes die graag droog een stukje taart willen eten. Zo zat ik vrijdagavond dus een nieuw feestje in elkaar te draaien. Rovers in de stad. Tss. Een belachelijke schertsvertoning zou het worden. Helemaal omdat ons geliefde hofje is getransformeerd in een aangeharkt keurig stadspark zonder bosjes. Wegens troep en mogelijke kans op overlast of drugsresten. Zo gaat dat dus he, geciviliseerde mensen houden niet van rotzooi en dus houden ze niet van bosjes. Maar hoe kun je in godsnaam nog wat beleven als je op de paden moet blijven?
Gelukkig zijn rovers niet voor een gat te vangen, dus deden we twee parken aan op het feest: een voor wat roversoefeningen, voordat we toegelaten zouden worden tot de bende van de groene tak. Een een waar we een roversschat moesten zien te vinden. Waar rotsen zijn en prachtige paadjes en genoeg ruimte om met je zwaard in het rond te zwaaien. Dat alles bleek zo leuk, dat het vuur dat we op ons stadse plaatsje zouden gaan bouwen, niet eens meer in het feestprogramma paste. We bewaren het voor het volgende feest, want ik weet zeker dat deze bende heus nog wel eens strijdliederen wil gaan zingen terwijl ze een broodje boven het vuur bakken. Whaah!Whaah!

O ja. We vonden ook nog iets om iedereen gelukkig mee te maken: edelstenen plakken is een geweldige hobby. Voor rovers en prinsessen.





Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen