Pagina's

donderdag 19 oktober 2017

Veilig


De hashtag #metoo vloog me om de oren de afgelopen week. Ik wist niet wat ik er van moest vinden. Mijn eerste reactie was de tegenovergestelde dan wat de bedoeling er van was. Moet dat nou? Het publiekelijk uitschreeuwen dat je iets naars gebeurd is? Vaak zonder tekst en uitleg. Zodat ik na weer een #metoo me alleen kon afvragen wat de ernst van de situatie was. Ik ging bij mezelf ten rade. Heb ik ook een #metoo? Ik moest er lang over nadenken. Er schoot me niet iets te binnen waar ik ernstig mee zat. Toch was ja de conclusie. Maar of het nou zo erg was, wist ik niet. Zo gaat het toch in de wereld? bagatelliseerde ik het al snel voor mezelf. Ik was er niet door beschadigd, ik had er geen last van. Ik hoefde toch geen dingen uit een ver verleden op te rakelen om daar een beetje over te gaan janken dat het zo oneerlijk is als vrouw zijnde enzo? Hop en weer door. 

Maar dat hop weer door bleek toch niet helemaal te kunnen. De #metoo's bleven aan me knagen. Het deed me beseffen dat ik had geaccepteerd hoe scheef de normen en waarden in elkaar zitten. Dat er nogal grote gradaties in de #metoo's zitten. Dat je daar niet over praat. Dat je je erover schaamt als iets is gebeurd. Het vooral zo snel mogelijk wil vergeten. En dat ik een ingebouwde buffer heb ontwikkeld die angst heet. Angst voor onveiligheid. Die is er al zolang ik me kan herinneren. Ik was een bang kind, een bange puber en een bange student. Niemand die het zag, ik heb een grote bek. Alleen slapen vond ik de hel. Alleen in een donker huis, in een schemerige gang de deur op slot doen voor je gaat slapen? Ik durfde het niet. Van de Uithof naar huis fietsen 's avonds laat? Dat deed ik alleen als ik ondertussen een half uur met iemand kon bellen. Met een volle blaas, want ik had ergens gelezen dat je het best meteen in je broek kon plassen als er iets gebeurde. 

De lijst angstomzeilende gewoontes is lang besefte ik me. Maar op mijn 37e vroeg ik me daar niks meer over af, ze waren er gewoon. Tot Anne Faber verdween. Anne, een meisje dat ik niet kende, maar wel heel vaak gezien heb. Ze werkte in het Huis Utrecht, waar ik ook een paar keer per week zit te werken. Ik ken haar collega's, ze fietste dezelfde routes als ik deed, we wandelen vaak op de plekken waar ineens vijvers afgezet werden met rood wit lint. Mijn wereld kantelde. De diepst liggende angsten die ik had weggestopt bleken toch werkelijkheid te kunnen zijn. De reden waarom ik niet een donkere gang op wilde en 'savonds niet alleen durfde te fietsen, was dat er plotseling 'iets' kunnen zijn. Na 37 jaar had ik mezelf ervan overtuigd dat die scenario's niet bestaan, die mensen er niet echt zijn, de angst belachelijk is. En toen bleek het wel te kunnen. Ik huilde. Om Anne, om het onvoorstelbare, omdat je niet kunt fietsen in de regen door het bos, om alle angsten die ineens gegrond bleken te zijn.


Daarna moest ik alleen met drie kinderen naar een huisje op Texel. Iets wat ik al een paar jaar doe, vol zelfvertrouwen. Want ik ben een groot mens en ik kan dat. Ik wilde niet meer. Alleen aan de rand van het bos zijn. Uit donkere schuurtjes nog een kinderbedje halen, de deur op slot doen. Ik vond het belachelijk van mezelf. Ik ging toch, natuurlijk. Aan angst toegeven is het domste wat je maar kunt doen. Zwijgen over waar die angsten, misschien, vandaan komen ook. De wereld is niet veilig in ieder geval. Dat is vaak genoeg bevestigd. En dat is waar de #metoo's over gaan.


Ik beschouwde het altijd als grappige en sterke verhalen. Maar het is mijn #metoo blijkt nu. Dit is voor de jongen die het geinig vond mij op de glijbaan van het zwembad tijdens een kinderfeestje in mijn kruis te graaien. Op een plek waar ik me tot dan toe nog niet eens van bewust was dat ie bestond. Hij bleef maar achter me aan zwemmen. Zodat ik een uur naast een moeder aan de kant zat omdat ik het zwembad niet meer in durfde. (en misschien ook wel voor de moeder die dus niks aan deze hele situatie deed maar mij daar gewoon liet zitten). Voor de potloodventer (die bestaan dus echt) die langs mij liep op de schemerige woningboulevard. Voor de man die zich tijdens mijn interrailreis in de trein tegenover m'n nichtje en mij ging zitten aftrekken. Voor de Amerikaan die tijdens een dansfeest overdreven hard tegen mij aan gingen staan rijden. En toen ik zei dat ik daar niet van gediend was met 'playing hard to get?' antwoordde en lekker doorging. En voor al die andere situaties waarvan ik me nu realiseer dat die eigenlijk helemaal niet normaal zijn.

Veiliger wordt de wereld niet van dit stukje tekst. Ik hoop wel een beetje opener en eerlijker. Zodat mijn kinderen zich zonder mijn angsten vrij kunnen bewegen.




woensdag 27 september 2017

Lucht en licht


Ik vind dat wij, mensen van de moderne wereld, maar veel moeten kunnen. Niet alleen moet je voorkomend, vriendelijk en representatief zijn, nee een goed gewaardeerd burger heeft tegenwoordig én waanzinnige succesvolle carrière, een huis dat op elk moment van de dag in een woonblad kan, een relatie waar iedereen jaloers op is, kinderen die op een Oilily poster kunnen staan wegens eigenheid, knapheid en stijl, is tevens opvoed- en lifestyle coach, heeft tachtig beste vrienden om lekker vaak 'een hapje mee te gaan eten' of iets cultureels verantwoords mee te doen, gaat minstens twee keer per jaar helemaal uit z'n dak op een festival, maakt ondertussen wereldreizen, weet alles van killerbody's, glutenvrije diëten en cross fit oefeningen of yoga, heeft drie unieke hobby's en doet dit alles ook nog achteloos ontspannen, terwijl het verslag ervan op alle mogelijke social media kanalen te volgens is waar duizenden mensen op likes klikken. Alleen van het lezen van deze zin zakt de moed me in de schoenen. 


Volgens mij is het niet mogelijk, zo'n leven. Dat je álles moet kunnen. Ik haal echt nog niet eens een kwart van dit lijstje. Daardoor voelt alles grotendeels aan als een mislukking. Als falen. Je huis een zooi? Treetje naar beneden op de algemene geslaagsheidsladder. Al een half jaar niet meer met vrienden uit eten geweest? Oei, sociaal isolement. Of is het een persoonlijksheidsstoornis waar direct een therapeut aan te pas moet komen? (tijdgebrek is namelijk echt geen enkel excuus.) Al twee jaar niet meer gesport dan heen en weer fietsen naar school? Dan ga je heel snel dood wegens gebrek aan fitheid. Hoe kun je überhaupt leven als je niet heel veel en bewust beweegt en je strak traint? Worstelen met woedeaanvallen van kinderen, werk dat best wat enthousiaster aangepakt mag worden, een relatie waarbij zelfs een kus voor het slapen gaan er grotendeels bij inschiet aangezien de wederhelft al wegens uitputting keihard ligt te snurken, dat zijn niet de succesverhalen waar je geacht wordt mee aan te komen. Loop maar weer een stapje harder, dit moet beter kunnen. 

Nu kan het zo zijn dat alleen ik dit zo ervaar. Best goed mogelijk aangezien ik ergens een perfectionistische inborst heb. Het is niet zo snel goed genoeg. En verder heb ik gewoon niet zo veel aanleg voor huishoudelijk werk, planning, zelfdiscipline. Hmmm, eigenlijk voor alle algemeen gewaardeerde eigenschappen niet. Klinkt dit als een treurig relaas? Misschien. Noem het een worsteling. Een zoektocht naar een leven waar de dingen waar ik niet onderuit kan komen en de dingen die ik graag doe in balans zijn. 


Dit weekend was ik op Terschelling. Met zestig vrienden, de Timmerman en geen kinderen. Dat was een nogal unieke situatie. Het was de quality time die ik nodig had met mijn echtgenoot, tegelijk met de leuke dingen doen met vrienden, het avontuurlijke reisleven, het extreem veel bewegen voor een strak lijf én tot diep in de nacht veel te veel bier drinken. Alles in een. Ik ben er kapot en opgeladen van. Maar het kon. Alle achterstallige dingen van dat gebalanceerde leven in een weekend proppen en we kunnen er weer tegenaan.

Ik genoot intens van adembenemende zonsondergangen (ooooh herfstlicht!), fietstochten (ooooooh zadel wat haat ik je nog steeds), twee uur durende strandritten op een Fries (vliegend over het strand en stampend in de branding), een Kubb toernooi (met stokken gooien en brullen tegen tegenstanders is altijd goed) het toneelspelen met een handje vol vrienden (onder een sterrenhemel in een verlaten en aardedonker bostheater), het grappen maken, het samenzijn, het zingen, het oesters zoeken op het wad (en ze modderig in je mond laten glijden (best wel goor eerlijk gezegd, maar het idee was zo fantastisch dat de smaak van ondergeschikt belang is)) van álles!


Ik besefte me plotseling één ding. Van alle dingen die je geacht wordt te kunnen, kan ik niks. Daarom voelt de hele bliksemse bende meestal als totaal mislukt. Maar ik heb wel een talent voor iets anders. Dat is genieten. Van hele kleine dingen. Dingen die voor mij al het gedoe de moeite waard maken. Kijk, ik voel heus wel iets van zelfvoldoening als ik samen met de hulp vier uur lang poets en ploeter zodat het huis weer bewoonbaar is. Maar gelukkig word ik er geen seconde van. Wel van zonnestralen op mijn gezicht. Van onverwachte avonturen. Van zwemmen in een koude zee. Dauwdruppels en mist. Vrienden die bijna in de slappe lach stikken. Elfjes die Halleluja zingen, maar dan heel vals. Van jutters met een salami in hun wetsuit. In het donker fietsen met mannen in mantels. Mensen die liedjes schrijven. Mensen die liedjes zingen. Roze reflectie in het waddenwater. De geur van bos. De geur van zee. Saamhorigheid van totaal verschillende mensen. Herinneringen ophalen. Herinneringen maken. 



Het lijstje met dingen die je geacht wordt te kunnen, zou ik willen laten schieten. Als iedereen nou eens een heel andere prioriteit op een zet: Maak mooie herinneringen. Dan zou de wereld er een heel stuk vrolijker, vriendelijker, en fijner uitzien.

vrijdag 15 september 2017

Oh, de liefde!

Ooit schreef ik dit blogje (klikkerdeklik) over het feit dat ik vind dat iedereen moet trouwen. Maar dat is eigenlijk niet helemaal waar. Dat blogje schreef ik vooral omdat ik van mening was dat mijn bróer maar eens moest gaan trouwen. Het is alleen zo dat als zussen dat zo maar in persoon tegen hun broer zeggen, dan meestal het tegenovergestelde gebeurt. Ofwel ze willen nooit meer trouwen, ofwel ze nodigen je niet uit omdat je zo'n bemoeial bent, ofwel je woorden verdwijnen in het luchtledige en je broer spreekt een jaar niet meer tegen je. Dus ik dacht zo een slimme list te hebben verzonnen met dat blogje. En jawel. Het duurde even, (Hij moest per se een aanzoek doen op een besneeuwde bergtop waar zij eerst in katzwijm zou vallen voor zijn skikunsten en dat ze dan helemaal alleen op de wereld zouden zijn voor dé vraag. Streber...) maar het heeft verdomd goed gewerkt. Getrouwd werd er!

In juni hadden we een heus huwelijk met alles erop en eraan. Het was zalig. Zie hier een gelukzalige familieaangelegenheid waar ik schaamteloos allemaal foto's van op internet plaats omdat ze gewoon heel leuk zijn. En omdat we allemaal ons best hadden gedaan iets bij elkaar passends aan te trekken. We hadden zelfs onze haren gevlochten en nagels gelakt en nieuwe schoenen gekocht. En omdat we allemaal heel blij en gelukkig waren en zo hard lachten dat we kramp in onze kaken kregen, wil ik dat graag aan jullie laten zien. 








Niet alleen de meisjes waren in hun nopjes als bruidmeisjes. De hele familie was gemobiliseerd. Mijn moeder was voor de gelegenheid een dag ambtenaar van de burgerlijke stand geworden, ik mocht een handtekening zetten bij wijze van goedkeuring van het huwelijk. En in die rol van getuige mocht ik ook het bruidspaar toespreken. Ik dacht 'ik maak een grap en een grol, wens ze veel geluk, en klaar'. Maar zo simpel bleek het ineens toch niet te zijn. Want zoals ik al in dat vorige blogje over trouwen schreef :

Vier de liefde! Wat hoe bijzonder is het als je zo maar iemand tegenkomt in je leven die je nooit meer los wilt laten? Iemand die je ziet, je kent, je doorgrondt, je liefheeft, je snapt, je steunt, er voor je is. Ik denk dat dat een van de mooiste dingen is die je kan overkomen. 

het is dus een van de mooiste dingen die je kan overkomen. Daar kon ik niet even een flauw grapje over mijn kleine broertje bij gaan maken. Dat moest op zijn minst een literair meesterwerk worden, met heel veel diepgang en eyeopeners en het liefst ook met tranen van geluk. Moeilijk joh! Kon ik natuurlijk helemaal niet. Twee dagen voor het hele gebeuren, ik had eindelijk een pak gevonden waar ik niet moddervet in leek (wat ik wel ben, maar dat zag je niet zo goed in de spiegel van het pashokje) en ook nog schoenen waar ik zelfs op kon lopen, kreeg ik er bijna een paniekaanval van. Ik had al vijf uur naar een knipperende cursor op een leeg scherm zitten staren, bijna een huwelijks ABC'tje overwogen, en toen schreef ik het midden in de nacht in een keer op. Wie ik denk dat mijn broertje is, en hoe leuk hij geworden is dankzij zijn -inmiddels- vrouw, hoe leuk ik het vind dat ik er nu een (schoon)zus bij heb en ook allemaal ingewikkelde dingen hoe het leven als getrouwde mensen is.


Dat hele gepieker over die speech, de woorden die er uit voort kwamen en de tranen die er bij de bruid toch over vloeiden (yes!) vond ik eigenlijk nog wel een van de bijzonderste dingen van de dag. Wanneer zeg je je broer nou wat je van hem vindt, wat je van hem waardeert en hoe veel je van hem houdt? Nooit! Waarop ik weer tot dezelfde conclusie kwam als in die eerste blog: trouw allemaal! Daar wordt iedereen om je heen ook gelukkig van! 










En wil je zelf écht niet trouwen? Haal dan in godsnaam je broer of zus over om het wel te doen. Want dit was het leukste feestje ooit, bijna beter dan mijn eigen huwelijk. Nu had ik wel tijd om uitgebreid taart te eten, met al mijn ooms en tantes te kletsen, ongegeneerd hard te dansen omdat ik geen immense trouwjurk aan had en op afstand te genieten van alle liefde die het bruidspaar over zich heen gestort kreeg. Oh, de liefde...

Credits voor de laatste acht foto's gaan naar fotografe Raisa Zwart

woensdag 13 september 2017

Dierenfeestje

Jullie dachten natuurlijk, 'is ze nou nóg op vakantie? Of is ze ons helemaal vergeten?' Nee. Allebei niet. Vakantie ligt alweer vele regenbuien achter me, en vergeten doe ik jullie zeker niet. Kon ik maar een kabeltje op mijn hoofd aansluiten, waarop alle verhalen rechtstreeks naar dit blog stroomden. Dat je niet eerst je computer er voor hoeft te fixen. Of een nieuwe harde schijf moet kopen om je 40 gig aan onbewerkte vakantiefoto's op te stallen. Het is namelijk zo dat elk apparaat dat ik de afgelopen weken aanraakte er subiet mee ophield. Van de melkopschuimer tot de printer, van de bel tot office op mijn computer, van het kunnen bellen op mijn telefoon tot de auto midden op een kruispunt. Een mens zou van minder een zenuwtoeval krijgen. Maar zo langzamerhand beginnen dingen weer mee te werken. En zodoende dacht ik, laat ik jullie eens wat vertellen over dierentraktaties. 
Want natuurlijk zijn jullie en masse aan het aftellen tot het dierendag is. Hebben jullie de slingers al klaar hangen en zijn jullie je hoofd aan het breken over een lekkernij die je vier oktober aan je liefsjepiefsje (mensen praten altijd heel infantiel tegen hun huisdieren) kan presenteren. Ho! Stop! Zoek niet langer! Ik heb namelijk enorm leuke traktaties in de aanbieding. Tenminste als je een hond, konijn of pony hebt. Anders heb je nog steeds een probleem. Nu kan ik jullie compleet uit de doeken doen hoe je konijsjes maakt (haha, konijsjes. haha) of hondenkoekjes of een paardentaart. Maar dat hoeft helemaal niet, want je kunt ook even langs de Coop fietsen. Daar heb ik het in hun blad geschreven. Handig! (en als je het toch graag wilt weten, maar de Coop niet kunt vinden, dan moet je me even een berichtje sturen en dan krijg je het recept) 

Het grappige van al die dierentraktaties is, dat ze er eigenlijk best smakelijk voor mensen uitzien. Oke, het bevroren konijnenvoer niet zo, maar de suikervrije worteltaart voor pony's wel. En pindakaaskoekjes voor honden klinken ook niet vies. Niet dat het die dieren iets uitmaakt of het mooi is wat je ze voorschotelt, als je het maar kunt eten. En snel een beetje.


Het leukste aan deze klus was natuurlijk dat ik dieren moest vinden die de traktaties op wilden eten. Zoals Manus met haar kersverse veulen. Dolblij was ze met haar taart  de appeltjes die rond de taart lagen. De kleine freule begeleide het fotomodel vakkundig en zo kwam het dat ze per ongeluk toch ook in het blad stond. Maar dat snap ik volkomen. Zet dat kind naast een pony en ze begint te stralen. Daar wordt elke foto mooi van.

Nu klinkt dit alsof dit allemaal een makkie was he? Beetje een taart, koekjes en ijsjes maken, die aan een dier geven en daar een foto van maken. Maar ik werd er, na het plaatsen van dit stukje, fijntjes op gewezen dat ik helemaal niet een eerlijk kijkje achter de schermen van deze fotoshoot had gegeven. Door iemand die met veel plezier had staan aanschouwen hoe ik daar in het zompige veld op mijn knieën had liggen instrueren hoe de pony met veulen precies aan moest komen lopen, zonder dat er kinderen door het beeld liepen, hoe het eerste hapje genomen diende te worden zonder slagveld te creëren en zonder dat het kleedje van de strobaal waaide. Nogal een exercitie bleek. Want pony's die een taart krijgen, eten niet rustig en keurig, zodat je een foto kan maken van een mooie taart en blije pony. Nee ze ruïneren het verfijnde baksel binnen een seconde, door er hun hele bakkes in te duwen om vervolgens die enorme hap kwijlend en druipend naar binnen te werken. Bovendien bleek het voor kinderen die hun lievelingspony met veulen zien, nogal onmogelijk om niet recht voor de camera te gaan staan. En dat kleedje... Nou ja, wie verzint er dan ook om een kleedje op een strobaal midden in een weiland te leggen? En dat was dan alleen nog maar de paardentraktatie... 



Want die konijnenijsjes bleken ook niet geheel en al eenvoudig. Worteltjes worden slap zodra je ze in een vriezer stopt (duh) en konijnenvoer lost op tot een bruine derrie die niet zo fotogeniek is. Maar goed, die zeven kleine konijntjes die net geboren waren op de boerderij maakten veel goed. De konijsjes vielen goed in de smaak en dan vooral die slap geworden wortels die niet op de foto moesten. Maar nog even he,  z e v e n babykonijntjes. Die je op schoot kon nemen. En aaien. En vast kon houden. Alle vijf vielen we in katzwijm. We wilden ze. En we kregen ze. Twee haalden we eind deze zomer op om bij ons te komen wonen. Het fotomodel hierboven heet Bob en is nog steeds heel klein en vooral heel schattig. En dan hebben we ook nog Stippel. Maar ik zie geen stippels bij de konijnen op deze foto's. Dus of toen had ie ze nog niet. Of hij houdt niet van poseren, of van konijsjes. 



En dan hadden we ook nog en beetje geluk. Want ten tijde van deze fotoshoot, waren er alleen volwassen teckels als model voorhanden. Die bleken gewoon te kunnen luisteren en te zitten en te wachten met eten tot ik de foto genomen had. Best wel praktisch. Al bleken ze het best wel stom te vinden dat we de hele tijd koekjes voor hun neus zwaaiden zonder dat ze die op mochten eten. Eén miezerig exemplaar kregen ze voor hun knappe fotokunsten. Ja. Ik denk niet dat ik vrienden gemaakt heb.




Een paar weken later werden negen puppies geboren. N e g e n. Kunt u zich voorstellen wat dat met mijn hormonen doet? Als ik een babykonijn al niet kan weerstaan? Goddank hebben we nu niet ook nog twee honden. Of negen. Want als je ze eenmaal hebt vastgehouden wil je ze allemaal mee naar huis. Had ik daar gezeten met een halve kinderboerderij en een woedende kat die echt geen indringers blieft. Maar goed. Al die hondenkinders kan ik nu dus mooi trakteren op een zelfgebakken koekje. Want serieus. Wie wil er nou niet koekjes in de vorm van een botje of teckel? Al heb ik nog een beter plan. Ik moet natuurlijk al die treurige en rouwende huisdierloze mensen daarmee verrassen op vier oktober. Want die kunnen op zo'n nationale feestdag wel een opsteker gebruiken...